Vidi-grant for Emiel Hensen

7. 1. 2008 | admin

In July 2007 NWO awarded a Vidi-grant to NIOK researcher Dr. ir. E.J.M. (Emiel) Hensen (TUE).

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft 83 jonge, excellente wetenschappers een zogeheten Vidi-subsidie toegekend. Elke onderzoeker krijgt in totaal maximaal 600.000 euro. Hiermee kan de wetenschapper vijf jaar lang een eigen onderzoekslijn ontwikkelen. De Vidi-subsidie is bestemd voor onderzoekers die na hun promotie een aantal jaren onderzoek op postdocniveau hebben verricht. De wetenschappers hebben daarbij vernieuwende ideeën gegenereerd en deze succesvol zelfstandig tot ontwikkeling gebracht. De onderzoekers behoren tot de beste tien à twintig procent van hun vakgebied. De subsidie biedt hun de mogelijkheid een eigen vernieuwende onderzoekslijn te ontwikkelen en één of meer onderzoekers aan te stellen.

In totaal schreven 436 onderzoekers een onderzoeksplan. De aanvragen werden beoordeeld door wetenschappers in het binnen- en buitenland. Er werden uiteindelijk 83 voorstellen voor honorering geselecteerd. De succesvolle kandidaten werden geselecteerd vanwege hun opvallend en origineel talent voor het doen van vernieuwend wetenschappelijk onderzoek. Van de gehonoreerde onderzoekers is ruim twintig procent vrouw. NWO betaalt bijna zeventig procent van elke subsidie. De universiteit of het instituut draagt ruim dertig procent bij. Alles bij elkaar gaat het om circa 50 miljoen euro.

De Vidi-subsidie is een van de drie subsidievormen van de Vernieuwingsimpuls. De andere twee subsidies zijn de Veni-subsidie (voor pas gepromoveerden) en de Vici-subsidie (voor zeer ervaren onderzoekers). De Vernieuwingsimpuls is opgezet in samenwerking met het ministerie van OCW, de KNAW en de universiteiten.

Ook dit jaar koppelt NWO de Aspasia-premie aan de Vidi-toekenningen. De Aspasia-premie is het vervolg op het Aspasia-programma. Universiteiten ontvangen de premie van 100.000 als ze vrouwelijke Vidi-laureaten, die nog geen hoofddocent zijn, binnen een jaar tot universitair hoofddocent bevorderen. Op deze wijze wordt geprobeerd de positie van zeer getalenteerde vrouwelijke wetenschappers te verbeteren en de getalsmatige ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op hogere universitaire posities te verminderen.